Vandaag, 56 jaar geleden, oOp 30 mei 1969 brak op Curaçao een volksopstand uit die diepe sporen heeft nagelaten in de geschiedenis van het eiland en het Koninkrijk der Nederlanden.
Meer dan vijftig jaar later blijven de gebeurtenissen van die dag resoneren – niet alleen als herinnering aan sociaal onrecht en raciale ongelijkheid, maar ook als een blijvende oproep tot erkenning, herstel en gelijkwaardigheid.
De ochtend van 30 mei 1969 begon zoals zovelen op Curaçao: met het zachte ochtendlicht dat over de kleurrijke daken van Otrobanda viel, de geur van vers brood uit kleine bakkerijen, en het zilver van de Annabaai dat vredig glinsterde.
Maar onder die schijn van rust hing een spanning in de lucht — voelbaar, maar onuitgesproken. Het was de stilte van mensen die te lang genegeerd waren, de moeheid van arbeiders die hun lichamen hadden gegeven aan een economie die hun harten vergat.
Wat begon als een staking van Shell-werknemers escaleerde razendsnel. Binnen enkele uren veranderde Willemstad in een brandende stad — letterlijk en figuurlijk. Gebouwen stonden in lichterlaaie, winkels werden geplunderd en de rook trok als een deken over de stad.
Maar het vuur was niet alleen vernietigend. Het was bevrijdend. Het was het moment waarop jaren van opgekropte woede, raciale ongelijkheid, sociale uitsluiting en koloniale arrogantie zich niet langer lieten onderdrukken.
Trinta di Mei was geen spontane eruptie; het was het onvermijdelijke gevolg van een keten die te lang strak gespannen was geweest. Het was het breekpunt van een systeem waarin zwarte Curaçaoënaars structureel werden uitgesloten van zeggenschap, van economische macht, van waardigheid.
De vlammen vertelden een waarheid die niet meer genegeerd kon worden. De huidige verscholen militaire dictatuur, waar een dozijn van gewapende eenheden de volk blijven onderdrukken teneinde het hele eiland te laten privatiseren door kapitalische instellingen die alleen oog hebben voor geld wassen en winstnames.
Het Koninkrijk dat de andere kant op keek
In Den Haag klonk eerst stilte, daarna ongemak. Trinta di Mei werd gereduceerd tot een ‘incident’, een uit de hand gelopen protest dat niet te lang besproken moest worden.
De Nederlandse overheid stuurde militairen, herstelde de orde, en draaide zich vervolgens om. De officiële geschiedschrijving deed wat ze vaker doet bij pijnlijke gebeurtenissen: ze verzweeg, verdoezelde, vergat.
In plaats van erkenning kwam institutioneel zwijgen. Het Koninkrijk, dat zichzelf graag profileert als een moderne, inclusieve gemeenschap van naties, sloot de ogen voor de echo’s van zijn koloniale erfenis.
Trinta di Mei werd begraven onder monumenten en ceremoniële toespraken, niet om herinnerd te worden, maar om stil te houden.
Maar geschiedenis laat zich niet wegdrukken. Ze sluimert. In de collectieve herinnering van een volk leeft het verdriet, de vernedering, maar ook de kracht en het verzet voort. De as onder het bluswater bleef warm — en het smeult nog steeds.
De nieuwe generatie die niet zwijgt
Nu, meer dan vijftig jaar later, klinkt een nieuwe stem. Een generatie van jonge Curaçaoënaars die opgroeit tussen twee werelden: het eiland waar hun wortels liggen, en het Nederland waar velen zijn opgegroeid, gestudeerd, geslaagd — en alsnog niet volledig geaccepteerd.
Ze dragen diploma’s, spreken meerdere tal en, bouwen bedrijven, maken kunst, geven les. Ze keren terug naar Curaçao, of blijven in Nederland, maar wat ze delen is een diep gevoel van verantwoordelijkheid voor hun geschiedenis — en voor hun toekomst.
Deze jongeren kiezen niet voor geweld, maar voor dialoog. Voor poëzie, protestliederen, documentaires en podcasts. Voor verhalen die ruimte eisen in klaslokalen, op podia, in politieke arena’s. En ze doen dat met lef, met liefde, met een onverzettelijke drang om gehoord te worden.
Toch stuiten ook zij op muren. Vooroordelen zijn hardnekkig. In Nederland worden ze nog steeds te vaak gezien als ‘buitenstaanders binnen het Koninkrijk’. Hun accenten, namen, huidskleuren roepen nog altijd onbewuste reacties op. De pijn van het verleden leeft voort in de ongemakken van het heden.
Wereldwijd verbonden, lokaal onbegrepen
Deze jongeren zijn niet alleen Curaçaoënaars, ze zijn wereldburgers. Ze groeien op met toegang tot mondiale netwerken, volgen live de val van democratieën, de opkomst van klimaatrampen, de VN/UN strijd om mensenrechten en de verplichte dekolonisatie van alle wereldwijde kolonies in 2030.
Ze herkennen patronen van ongelijkheid — en trekken parallellen. Wat op 30 mei 1969 gebeurde, herkennen ze in de strijd van Black Lives Matter, in de protesten van de jeugd in Iran, in de oproepen tot dekolonisatie wereldwijd.
Hun strijd is geen opstand tegen het Koninkrijk, maar een roep tot herziening van wat het Koninkrijk zou moeten zijn: een gemeenschap van gelijkwaardige burgers. Niet zoals nu waar CAP/HATO alle airport tax mag opstrijken en voor eigen doelen mogen besteden.
Een gemeenschap die de pijn van het verleden onder ogen durft te zien, en daaruit leert. Wat ze vragen is geen wraak, maar erkenning. Geen privileges, maar gelijke kansen.
De vraag die niemand langer kan ontwijken
Het rommelt opnieuw, maar anders. Geen rookpluimen, geen brandende straten. De nieuwe opstand leeft in woorden. In vragen die gesteld worden tijdens lessen burgerschap. In toespraken tijdens festivals. In TikToks en spoken word-optredens. In kunstwerken en familiegesprekken.
Ze zeggen: luister naar ons. Niet omdat we slachtoffers zijn, maar omdat we erfgenamen zijn van een geschiedenis die nog niet is rechtgezet. Ze vragen niet om excuses, maar om ruimte. Niet om spijt, maar om samenwerking.
De vraag die voor ons ligt, is scherp en helder: hoe lang nog blijven we het zwijgen verkiezen boven het gesprek? Hoe lang nog blijven we een systeem ondersteunen dat de pijn herhaalt onder nieuwe vormen?
Trinta di Mei was een waarschuwing, een schreeuw, een begin. De echo ervan klinkt nog steeds. De tijd om te luisteren, écht te luisteren, is al te lang voorbij. Met 70.000 verblifs toeristen per maand wordt massa toerisme het einde van de lokale identiteit.
Nu is het moment, want anders nemen de NL’se NGO’s en Toeristen Fabrieken alles over en blijft Curacao met lege handen achter wanneer in 2030 de dekolonisatie moet gaan plaatsvinden.
De helft van de lokale bevolking werd als economische vluchteling reeds naar NL gedeporteerd en de gehele zuidkust werd al in beslag genomen door hotels of ligbedjes op alle publieke stranden. De natuur gebieden worden omver geduwd en vervangen door betonnen monsters.
Curacao Nu / Dylan Romeo / Stichting Crickey Amigu di Natura 2025.
Tijd voor onafhankelijkheid, met goedkope olie uit Venezuela in de buurt en een verplicht dekolonisatie ondersteuning proces heeft Curacao 10 jaar de tijd om onder begeleiding in een goede staat achtergelaten te worden.
LikeLike
De essentie van het kapitalisme is om de natuur om te zetten in kapitaal en grondstoffen in kapitaal. De levende groene aarde is veranderd in dode gouden bakstenen, met luxeartikelen voor enkelen en giftige steenbergen voor velen. Het glinsterende landhuis kijkt uit over een uitgestrekt gebied van sloppenwijken, waar een wanhopige, gedemoraliseerde mensheid in toom wordt gehouden met drugs, televisie en gewapende macht
LikeLiked by 1 person